netVISwerk: Vissen naar draagkracht van het water

De CvB is inmiddels opgeheven, de website wordt niet meer bijgewerkt.

Sinds 2016 verzorgt netVISwerk de belangenbehartiging van de beroepsbinnenvissers.
De nieuwe vereniging zet zich in voor een betere toekomst voor de beroepsmatige binnenvisserij en kleine kustvisserij in Nederland.

Lees alle informatie op de website van netVISwerk: www.netviswerk.nlwww.netviswerk.nl

Paling

paling

Paling (Anguilla anguilla) of aal is een straalvinnige vis. De paling wordt ook wel Europese paling of Europese aal genoemd, vanwege de grote verspreiding binnen Europa. Momenteel staat de palingstand onder grote druk, en daardoor ook het vissen op paling.

De paling heeft een lang slangachtig lichaam. De maximale lengte van mannetjes is ca. 60 cm. De vrouwtjes worden tot 135 cm lang en 7 kg zwaar. Palingen kunnen heel oud worden; het Nederlands record is ongeveer 30 jaar.
De rugvin begint tamelijk ver naar achteren en vormt een zoom die tot aan de staartpunt reikt. Daar verenigt de rugvin zich met de gelijkvormige anaalvin. De paling heeft kleine borstvinnen; de buikvinnen ontbreken; de bovenkaak is iets korter dan de onderkaak; de schubben zijn zeer klein en zitten verborgen in de huid. De kieuwopeningen zijn zeer klein, waardoor de kieuwen nog lang vochtig blijven als de vis zich op het land bevindt.


Larven en glasaal

De meeste palingen worden geslachtsrijp (het schieraal-stadium) na vijf tot vijftien jaar verblijf op het zoete water bij voldoende voedselaanbod. Dan vertrekken ze naar de paaigronden.

Volwassen Europese palingen leggen hun eieren vermoedelijk in de Sargassozee (Atlantische Oceaan bij Bermuda), waar de wilgenbladvormige larven (Leptocephali) opgroeien. Dit is in 1923 ontdekt door de Deense onderzoeker Johannes Schmidt, die de kleinste larven in de Sargassozee aantrof. Het paaiproces zelf is echter nog nooit door mensen waargenomen.

Na ongeveer twee tot drie jaar bereiken de larven actief zwemmend en meedrijvend met de Golfstroom het continentaal plat, waarna de glasaal met miljoenen tegelijk de Europese (waaronder de Nederlandse) wateren proberen binnen te trekken. De glasalen hebben geen specifiek richtingzoekend instinct, maar de richting van de trek ligt toch grofweg vast.

Sommige glasaaltjes blijven onder de kust om op te groeien en zoeken daar mosselbanken, geulen en wrakken op.
De doorzichtige glasalen hebben inmiddels langzaam de ronde vorm van de paling gekregen en een lengte bereikt van 65 mm. In het zoete water verdwijnt de doorzichtigheid al vrij snel door pigmentatie.

De groei van de paling is sterk afhankelijk van de temperatuur van het water. In Nederland stoppen ze in oktober met de opname van voedsel, om pas in april weer actief te worden.


Bedreigingen

  • Migratieroutes geblokkeerd
    Waterwerken (15.000 stuks) zoals dammen, dijken en waterkrachtcentrales hebben de afgelopen decennia de oorspronkelijke migratieroutes van de glasaal enorm geblokkeerd. Dit zorgt ervoor dat de glasaal bijna onmogelijk kan binnentrekken, en de geslachtsrijpe paling bijna onmogelijk kan uittrekken.
  • Minder voedsel
    De kwaliteit en de hoeveelheid voedseldieren is medebepalend voor de groei. In Nederland is het water door het verdwijnen van fosfaten steeds helderder geworden. Hierdoor is er steeds minder voedsel voor de vissen.
    Om het water helder te houden, worden de waterplanten vaak met maaiboten weggemaaid en wordt het water constant op peil gehouden. Ook dit heeft een negatieve invloed op het voedselaanbod voor de paling. De paling is juist een vis die onderlopende weilanden en moerassen binnentrekt, om zich daar vol te eten met insecten en wormen.
  • Aalscholvers
    Doordat het water zo helder is geworden, is het voor aalscholvers gemakkelijker om voedsel te zien zwemmen. Menige paling valt ten prooi aan deze vogels.

Grote paling, 1820

Firma W. Geys uit Amsterdam kocht deze reuzepaling van 1,5 meter lang en 25 pond zwaar, gevangen in het Alkmaardermeer (foto rond 1920).

Vangst

De paling wordt al eeuwenlang door beroepsvissers bevist met palingfuiken, hoekwant, aalkistjes, kubben en meer recent met het electrovisapparaat. De paling wordt gevangen voor menselijke consumptie en is commercieel een belangrijke soort.

De laatste tijd wordt de soort zeldzamer en zijn er strenge vangstbeperkingen vastgesteld, onder andere in Nederland. De beroepsvissers op de binnen- en kustwateren zetten zich in om de paling op een duurzame manier te bevissen.

Meer informatie in het Dossier Aalbeheer.


Delicatesse

Het vlees van de paling wordt gezien als delicatesse.
Het beste seizoen om verse wilde paling te eten, is van mei tot november. Wilde gerookte paling kan het gehele jaar door gegeten worden


Naar recepten met paling

Naar verkoopadressen van verse paling

 



Met dank aan visserijbedrijf Timmerman (GM 57) uit Genemuiden voor gebruik van de foto.

Lespakket over paling

Het Productschap Vis heeft in samenwerking met Stichting DUPAN een lespakket over de paling ontwikkeld. Via de hoofdpersonen Lars en Liz komen de leerlingen van alles aan de weet over paling.

Meer informatie in het nieuwsbericht Lespakket over paling.

Visfeiten: Paling

Steeds vaker kijken afnemers kritisch naar de vissoorten. De vraag 'Is deze vis verantwoord?' wordt door velen op verschillende wijzen beantwoord.
Het Productschap Vis geeft u met onderstaande visfeiten geen eenvoudig ja of nee, maar zet de feiten voor u op een rij in de publicatie Visfeiten: Paling (versie september 2010).

download Visfeiten: Paling (pdf, 5,5 mb).

 

Heerlijke aalmoes

aalmoes

Culinair historicus Lizet Kruyff weet alles over recepten en eetgewoontes van honderden jaren geleden. In het televisieprogramma Melk en Honing maakt Lizet een overheerlijke 18e-eeuwse aalmoes, oftewel een dikke soep met paling en heerlijk vers groen! Bekijk het aalmoes recept.

Theo Rekelhof in Melk en Honing

De paling die voor dit recept is gebruikt, is afkomstig van zoetwatervisser Theo Rekelhof. Hij houdt de palingstand in zijn gebied in balans door zelf weer nieuwe aaltjes uit te zetten.
Bekijk de EO-reportage Als een vis in het water. Daarin vertelt Theo vertelt over de palingvisserij op de Westeinderplassen. De reportage is onderdeel van het televisieprogramma Melk en honing van 9 april 2014 (vanaf minuut 1:06 tot 6:50).

radio
Het palingmysterie

In de radio-uitzending op 15 maart 2012 van Hoe Zo Radio (over wetenschap) een interessant gesprek met palingonderzoeker Christian Tudorache van de Universiteit Leiden. Hij hoopt het raadsel van de voortplanting en achteruitgang van deze mysterieuze vis op te lossen.

Beluister de uitzending over palingonderzoek. (22 minuten).
De link leidt een pagina van www.wetenschap24.nl. Klik vervolgens op 'studiogesprek'.